Blog

Starters

Ken je dat, als directeur?
Heb je je formatie grotendeels rond, blijken er hier en daar nog een paar gaatjes te zijn.
Dus: vacature(s) opgesteld, zowaar een paar kandidaten op gesprek (hoera!) en een startende leerkracht komt als beste uit de bus. Die starter blij, want “Ik heb een baan!” Jij blij, want de gaten in de formatie zijn gedicht.

De starter bereidt zich natuurlijk gedegen voor, want die wil goed beslagen ten ijs beginnen. En vervolgens hopt deze kersverse leerkracht als ‘vliegende keep’ drie keer in de week naar een andere groep. Om in het weekend, helemaal gaar, weer op te laden voor de nieuwe week.

Ik zag en zie het regelmatig op scholen op allerlei plekken, waar ik de afgelopen jaren ben geweest. En natuurlijk is het geen onwil van de directeur, maar er waren nu eenmaal wat net niet passende werktijdfactoren…

Wat ik ook zag, was het effect op de starter: steeds moeten schakelen van de ene groep kinderen naar de andere, van de ene collega naar de andere, steeds andere regels toepassen – die niet altijd overeenkomen met de eigen voorkeur, soms ook schakelen tussen verschillende scholen.

Als we dan ons beperkte werkgeheugen erbij halen, is het niet verwonderlijk dat het schakelen tussen de ene en de andere groep en/of school weinig ruimte overlaat voor (professionele) ontwikkeling. Alle aangeboden begeleiding ten spijt.

Niet dat deze starters zich helemaal niet ontwikkelen. Het is bewonderenswaardig hoeveel ze met en van de begeleiding in zich kunnen opnemen en aanpakken.

Eén ding weet ik zeker – heb ik voor mijn ogen zien gebeuren: Als een startende leerkracht vervolgens een eigen groep krijgt, krijgt de ontwikkeling van deze starter vleugels en wordt de leerkracht niet alleen beter voor zichzelf en het vak, maar ook voor de kinderen voor diens neus.

Ik wil er dan ook voor pleiten startende leerkrachten zoveel mogelijk verantwoordelijkheid te geven voor één groep. Dat kunnen ze. Daar zijn ze namelijk voor opgeleid. En daarvoor is het nodig om veel meters te maken. Lesgeven is een ervaringsvak, zoals Ton van Haperen ooit zei in een interview.

Bescherm die starters ook tegen zichzelf. Want jonge leerkrachten zijn gauw geneigd om “die combinatie wel (te) willen” – om nog even te leunen op een ervaren collega, voor de afwisseling of wat dan ook. Zonder zich te realiseren hoeveel kloktijd en werkgeheugen extra dat van ze vraagt. Dus geef ze een coach, een maatje en wat extra tijd – zéker in de vorm van een vaste groep kinderen voor hun neus.

Als directeur betekent dit wellicht dat je een/ enkele vaste collega(‘s) moet teleurstellen, vanwege een hapsnap jaar. Dat kost diegene ook kruim, dus beter niet te lang in deze rol (denk na over een roulatiesysteem en bespreek dit in het team).

En op het moment dat je dit gesprek dan met je al bekende collega aangaat, weet dan dat het onderwijs op je school er op de lange termijn beter op wordt. In het belang van het behoud van je mensen, maar vooral de kinderen.