Ongegeneerd nieuwsgierig

Vroeger werd ik Nieuwsgierig Aagje genoemd, schreef ik al eens.

Die nieuwsgierigheid voelde dan ook lang als een belemmering. Inmiddels heb ik mijn nieuwsgierige aard hervonden en kan en mag ik er (ook van mezelf) gebruik van maken.
Als coach en begeleidingskundige is dat erg handig. Ongegeneerd vragen blijven stellen, onderzoeken waarom iemand doet wat hij of zij doet. Niet om dat aan de grote klok te hangen, maar juist om de ander beter te begrijpen. En vooral: De ander zichzelf beter te laten begrijpen. Ik streef dan ook geen voorgekookte oplossing na, maar spiegel mensen graag om ze verder te laten komen dan waar ze in hun eentje (of als team/organisatie) uitgekomen zouden zijn.

In de Nederlandse cultuur is het niet zo gebruikelijk om mensen werkelijk beter te leren kennen, zo las ik in een artikel van Kathleen Ferrier (Trouw, 2019). 'We' weten inmiddels wel dat in Surinaamse kringen een kennismaking begint met de vragen Wie is je vader? Wie is je moeder? (Tante Es, van Jürgen Raymann). Dat is voor zover ik weet niet ingeburgerd in Nederland als geheel.
Wat mijn ouders in hun werkzame leven deden en waar ze gewoond hebben, dat weet ik nog wel (beiden in het onderwijs). Ook kan ik vertellen dat mijn ene opa ondernemer was, als eigenaar van een zaak voor huishoudelijke artikelen en als smid. Mijn andere opa was leerkracht. Een overgrootvader was bakker en een andere directeur van een basisschool. ('Hoofd' heette dat toen.) Maar verder terug? En waar mijn roots verder in het verleden liggen?

Feit is, aldus Ferrier, dat we hierdoor talenten en kansen laten liggen. En dat ieder veeleer in haar/zijn eigen bubbel leeft. Daardoor ligt de nadruk op verschillen, in plaats van op de (veelheid aan) overeenkomsten. Zonde vind ik dat. Helemaal als je je realiseert dat je eigen geschiedenis (en die van je familie, maar ook van je cultuur) nog steeds van invloed is op hoe je nú handelt. Daardoor dreunt de Tweede Wereldoorlog nog steeds na in diverse gezinnen (aan beide kanten van het spectrum). En speelt het slavernijverleden ook nu nog een rol in de verhoudingen tussen wit en zwart, zoals in de pietendiscussie. Erkenning van je verleden en dat van anderen, levert begrip en verbinding op.
En juist dat hebben we mijns inziens met elkaar nodig: Verbinding en wederzijds begrip. Daardoor kunnen we samen nadenken over hoe we  voor zoveel mogelijk mensen op een zo prettig mogelijke manier samen kunnen leven. In een maatschappij, waar iedereen bij hoort en elke mening telt. Integratie is wat mijn betreft dan ook een wederzijds kennen en uitwisselen, tussen verschillende culturen, opleidingsniveaus, religies etc. Om te beginnen met (wellicht relatief makkelijk): Wie is je vader? Wie is je moeder?

Net als Ferrier stel ik in elk geval dat we elkaar nodig hebben. Laten we onszelf en elkaar daarvoor beter leren kennen.
Zelf ga ik verder op onderzoek uit in mijn eigen familielijn.
En ik vind het fijn om jou nader te leren kennen, om samen verder te komen in jouw werk.
Is die wens wederzijds? Neem dan contact met me op. En schrik dan niet als ik je vraag: Wie is je vader? Wie is je moeder?

 

Bron:

Ferrier, K. (19 juni 2019). We oordelen zonder ons in de ander te verdiepen. Trouw: De Verdieping p. 6-7.